Winkelwagentje

Winterreise

Winterreise

Fort Ellewoutsdijk


Winterreise

Terug

Winterreise van Franz Schubert

Franz Schubert is als componist de onovertroffen grootmeester van het lied. In 1815 alleen al voltooit hij 144 liederen. Het lied is dan ook de vorm waarmee Schubert vooral wordt geassocieerd: in totaal prijken er liefst zo’n 600 op zijn repertoire.

De persoon van Franz Schubert is een vat vol tegenstrijdigheden, maar vooral een dolende zwerver, geobsedeerd door dood, mislukking en eenzaamheid. Die tragische kant heeft in de beeldvorming de overhand gekregen en de mythe van de lijdende en miskende componist kent in hem zijn patroonheilige. Hoewel Schubert ook lichtvoetige muziek is blijven schrijven, kenmerkt zijn latere werk, zoals ‘Winterreise’ zich vooral door de onheilszwangere thematiek van verlatenheid en dood.

‘Winterreise’ neemt een centrale plaats in binnen het liedoeuvre van Schubert en in de harten van de muziekliefhebbers. Van het werk verschenen tot op heden honderden cd-opnames. ‘Winterreise’ is dan ook de meest bekende liedcyclus van Franz Schubert. De luisteraar wordt meegevoerd door een ijzingwekkend winters landschap, wat zich nog maar ternauwernood in menselijke termen laat beschrijven. De protagonist wordt aangeduid als ‘Der Wanderer’, de dolende mens. Die neemt ons mee langs zijn diepste zielenroerselen, verborgen angsten en onbekende verlangens. ‘Winterreise’ is in dit opzicht een meesterwerk van het Romantische denken, zoals dat in het begin van de negentiende eeuw terrein wint. De hang naar het onbekende, het onbereikbare en het onwereldse spreekt uit de tekst van elk lied van ‘Winterreise’. Deze reis is niet zomaar een reis: het is een enkele reis naar het onbekende. ‘Eine Straße muß ich gehen, die noch keiner ging zurück’, heet het in ‘Der Wegweiser’.

De tekst van ‘Winterreise’ is van de nu vrijwel vergeten dichter Wilhelm Müller die tijdens zijn leven echter een grote populariteit genoot. De eenvoud van de teksten van ‘Winterreise’ is evenredig met de zeggingskracht: de sobere gedichten bezitten een enorme diepgang, die door Schubert werd onderkend en hebben geleid tot één van de meest indringende muziekwerken uit de geschiedenis. ‘Winterreise’ is dan ook geen luchtig werk, maar eerder een boetedoening, de laatste tocht van een stervende of zelfs de gedachten van iemand die reeds onderweg is naar de dood. ‘So zieh ich meine Straße dahin mit trägem Fuß, durch helles, frohes Leben, einsam und ohne Gruß’. De ‘Wanderer’ is niet meer of zal niet lang meer deel uitmaken van onze wereld. Zijn blik is op de verte gericht, op een naderend einde. Een blik die vertroebeld is door de totale eenzaamheid en een volstrekt ongewisse toekomst. Er is slechts één zekerheid: ‘Jeder Strom wird’s Mer gewinnen, jedes Leiden auch sein Grab.’




Deel deze pagina op: