Winkelwagentje

Wiek

Wiek

danstheater van Boukje Schweigman


Wiek

Terug

Artistiek Leider Alex Mallems over Wiek

Het ontstaan van Wiek is een van de meest fascinerende artistieke processen geweest die ik als dramaturg heb meegemaakt. In de aanloop voor de repetities had ik met Boukje Schweigman gesprekken over de structuur van het werk, de noodzaak van een spanningsboog, maar ook – en dat lijkt bij danstheater misschien niet evident – over de inhoudelijke verhaallijn. 

Voor Schweigman speelt er zich in Wiek meer af dan een vrijblijvend gevecht van drie danseressen met tollende wieken in het fysiek slopende zand. Het gaat over de cyclus van het leven zelf: over geboren worden, kracht zoeken, uitdagingen aangaan, obstakels overwinnen, op je bek gaan, vallen en opstaan om uiteindelijk een gevoel van absolute vrijheid te beleven. Zo concreet ze als choreografe hierover praat met haar danseressen, zo abstract wordt deze verhaallijn verwerkt in de voorstelling. Schweigman wil dan ook dat de mensen de voorstelling ervaren: ‘Je hoeft het niet te snappen. Ik wil dat je het voelt. En dat kan alleen als het echt is’. 

Hetzelfde geldt voor de keuze om te dansen in die dwingende arenavormige ruimte met de continu ronddraaiende wieken. In deze confrontatie is er geen mogelijkheid tot stilstand, geen rustmoment. Met zijn zeven meter lange bladen, zijn massief stalen frame en dankzij de 650 kilo wegende motor draait deze wiek maar liefst 30 km per uur. Het gevaar is levensecht. De speciaal voor deze voorstelling ontworpen tribune wordt rondom de wiek gebouwd. Vluchten is niet mogelijk en de dansers kunnen niet anders dan de confrontatie met deze eeuwig doorgaande beweging aan te gaan. Ook hier laat Schweigman het bewust over aan de toeschouwer om er zelf in te zien wat hij of zij erin wil zien: ‘Dit gaat niet over een verhaal of een idee. Die wieken zijn een metafoor voor van alles. Niet alleen voor de maatschappij, of het leven, of de mallemolen van alledag. De rondgaande beweging is een heel universele cyclus. Maar wat je ziet is concreet genoeg om er je eigen invulling aan te kunnen geven’.

De keuze om Wiek tijdens het Zeeland Nazomerfestival 2018 te spelen in een windmolenpark op Neeltje Jans is heel bewust gebeurd. Toen de voorstelling in 2009 gemaakt werd, speelde die op Windpark Koegorspolder in Sluiskil, een industriële omgeving. De kracht op die plek was de spanning tussen de verticaliteit van de echte windmolens en de horizontaliteit van de wieken waartussen gedanst werd. Het leek of er een windmolen gekanteld lag in het landschap. Datzelfde spanningsveld zal er ook zijn bij Windpark De Bouwdokken op Neeltje Jans, maar deze speelplek roept nog veel sterkere associaties op. Neeltje Jans is bij uitstek een Zeeuwse locatie die verbonden blijft aan het gevecht van de mens tegen de natuurelementen water, wind en storm. Precies die elementen maken de kern uit van Wiek waardoor de voorstelling op deze unieke speelplek voor dansers en publiek een extra beleving zal opleveren. 




Deel deze pagina op: